Recensie van: Philipp Blom, Het Verdorven Genootschap: de vergeten radicalen van de verlichting (Oorspr. A  Wicked Company – The forgotten radicalism of the European Enlightenment), De Bezige Bij 2010 (444 p.)

Score: favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)

Het statige herenhuis in de Rue des Moulins nummer 10 in Parijs, op een boogscheut van het Louvre, werd halfweg de 18de eeuw bewoond door Paul-Henri Thiry d’Holbach (1723-1789), een Duitse natuurwetenschapper die opgroeide in Frankrijk. Over ’s mans jeugd is weinig bekend, maar vast staat dat hij in zijn Parijse woning – toen nog in de ‘Rue Royale’ – de scherpste geesten van de eeuw verwelkomde.

Denkers als Denis Diderot, Jean-Jacques Rousseau, David Hume, Adam Smith en Laurence Sterne kwamen er geregeld over de vloer. In Het Verdorven Genootschap vertelt Philipp Blom het verhaal van deze bijeenkomsten en de revolutionaire ideeën die er wortel schoten.

het verdorven genootschap philipp blomIn het salon van baron d’Holbach – dat destijds gold als ‘het intellectuele epicentrum van Europa’ – kwam tussen 1750 en 1770 een radicale filosofie tot bloei. Radicaal in die zin dat het een stuk verder ging dan de “zachte verlichting” van bijvoorbeeld Voltaire. In diens deïstische filosofie speelt God nog een rol als de oorzaak en schepper, die weliswaar niet meer ingrijpt. Hij zag God als een ‘horlogemaker’ die zich na het vervaardigen van het uurwerk had teruggetrokken.

De radicale verlichtingsideeën die vorm kregen rond de dis van baron d’Holbach gingen uit van een skeptisch, materialistisch en atheïstisch wereldbeeld. Ze waren ervan overtuigd dat er in de wereld niets anders voorkwam dan atomen die op complexe manieren waren geordend (geen wonder dat De Rerum Natura van Lucretius tot de ‘mustreads’ van de kring behoorde). Het gezelschap ontkende daarmee ook het bestaan van God en de ziel, waardoor onder meer Rousseau, die een soort natuurreligie verdedigde, uiteindelijk brak met Philosophes rond Holbach. De samenvatting van hun overtuiging klinkt zelfs vandaag nog verrassend modern:

De denkers aan de Rue Royale gingen uit van de gedachte, briljant verwoord door Holbach, dat het narcistisch is om te geloven dat er een Voorzienigheid is, een hogere intelligentie, omdat anders het leven geen zin zou hebben. Daar stelden zij tegenover dat we moeten aanvaarden dat het bestaan van de homo sapiens zinloos is. Pas daarna kan ieders zoeken naar genot en vluchten voor pijn het begin worden van een gemeenschappelijk verhaal. Het besef dat niemand een eiland is, gekoppeld aan een sterk gevoel van empathie, leidt rechtstreeks naar een moraal waarin het gaat om wederzijdse solidariteit en maatschappelijke zingeving. (p.27)

Een van de drijvende krachten achter de radicale verlichting was Denis Diderot (1713-1784), samen met Jean le Rond d’Alembert (1717-1783) vooral bekend als redacteur van de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers. Dit monumentale werk – waaraan onder meer ook Montesquieu, Voltaire en Rousseau bijdragen leverden – staat bekend als een van de boegbeelden van de verlichting.

Het doel van de zogenoemde Encyclopedisten was alle kennis samen te brengen in een begrippenlijst – die uiteindelijk meer dan 72.000 artikelen telde. Tussen de regels van verschillende lemma’s slopen echter subversieve ideeën, waardoor de Encyclopédie in 1752 al verboden werd.

De thema’s die besproken werden in de Rue Royale en de teksten die erover geschreven werden, waren wel degelijk gevaarlijk. Een verblijf in de Bastille, veroordeling tot de galeien of openbare marteling behoorden tot de mogelijkheden. Diderot zelf werd op 24 juli 1749 gearresteerd voor een te atheïstisch gekleurde verhandeling en opgesloten in de gevangenis van Vincennes. Hij werd pas vrijgelaten nadat hij een document tekende waarin hij verklaarde ‘nooit meer iets godslasterlijk te zullen schrijven of publiceren’.

In Het Verdorven Genootschap schetst Philipp Blom een meeslepende ideeëngeschiedenis. Hij reconstrueert de bijeenkomsten in de Rue Royale op zo’n levendige manier dat je als het ware zelf aanschuift aan de tafel van de baron d’Holbach. Met kleurrijke details en anekdotes over alle protagonisten zet Blom de Philosophes neer als mensen van vlees en bloed die ook hun kleine kantjes hadden. Onder meer Voltaire en Rousseau, de twee klassieke coryfeeën van de verlichting, komen zo in een ongewoon daglicht te staan. Rousseau als nukkige egocentrist, Voltaire als opportunistische en aristocratische carrièrist.

Dit boek is een historische studie over de totstandkoming van het kritisch rationalisme, maar laat zich evengoed lezen als een filosofische roman. Blom leert je de visionaire individuen van de radicale verlichting kennen en toont scherp aan dat hun ideeën tot op vandaag  – zelfs in het seculiere Europa – in zekere zin ‘radicaal’ zijn gebleven.