Recensie van: Joel Harrington, Dagboek van een beul: meester Frantz Schmidt van Neurenberg (Oorspr. The Faithful executioner), De Bezige Bij, 2013 (256 blz.)

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)half-starfavorite (2)

dagboek van een beul joel harringtonBij het horen van het woord beul doemen meestal twee beelden op. Enerzijds het vertrouwde stereotype dat we kennen uit strips en griezelverhalen: puntig gekapt en met bijl in de aanslag. Anderzijds het soort beulen dat de hoofdrol speelt in de gruwelijke internetvideo’s die onze actualiteit beheersen: de ijzingwekkend echte en nabije beulen van nu. Aan de beambten die in Amerikaanse gevangenissen lethal injections toedienen, denken velen – althans bij het woord ‘beul’ – allicht minder.

In Dagboek van een beul uit 2013 belicht de Amerikaanse historicus Joel Harrington de rol van beulen in het vroegmoderne Europa. Hij vertelt het verhaal van meester Frantz Schmidt (1554-1634) die 45 jaar lang het geminachte beroep van beul uitoefende, waarvan het grootste deel als vaste beul van rijksstad Neurenberg. In die periode doodde hij 361 mensen, onder meer door ophanging, onthoofding, wurging, verbranding, radbraken en verdrinking. Een veelvoud daarvan martelde hij.

dagboek van een beul meester Frantz Scmidt van Neurenberg Joel HarringtonScherprechters werden in het vroegmoderne Duitsland niet hoger ingeschat dan huurlingen, landlopers en prostituees. Het beroep van beul was dan ook geen bewuste carrièrekeuze van Frantz Schmidt. Een onfortuinlijk voorval zorgde er echter voor dat zijn lot al enkele maanden voor zijn geboorte bezegeld was.

Op die dag liet de alom verguisde markgraaf Albrecht Alcibiades van Brandenburg-Kulmbach drie wapensmeden arresteren vanwege een vermeend complot tegen zijn leven. De executie liet hij niet uitvoeren door een beroepsbeul, maar door een voorbijganger: Heinrich Schmidt, de vader van Frantz. Heinrich was tot dan een respectabel burger geweest, maar door deze vreselijke uitverkoring werden zowel hij als zijn nakomelingen tot schande gebracht, en gedwongen tot het geminachte beroep van scharfrichter. 

Gedurende zijn beulsjaren hield Frantz Schmidt nauwgezet een dagboek bij. Daarin vertelt over zijn executies, zijn evolutie van leerling- tot meesterscherprechter en geeft hij tussen de regels een inkijk in zijn gevoelens, opinies en ambities. Die ambitie is glashelder: het leven van Frantz is erop gericht de schande uit te wissen waartoe Albrecht Alcibiades zijn familie had veroordeeld. Dit verhaal van sociale promotie is een belangrijke rode draad doorheen het boek. Vooral de acceptatie van aristocratische privileges is daarbij frappant:

Frantz’ opvattingen over eer en status zijn voor de moderne beschouwer tegelijk vreemd en vertrouwd. Hoewel hij zelf slachtoffer was van het levensveranderende bevel van een wispelturige vorst, lijkt hij de geprivilegieerde positie van de aristocratie niet alleen te accepteren, maar diep in de heiligheid van het principe te geloven. (…) Voor velen van ons, geboren na de Franse Revolutie, is het moeilijk begrip op te brengen voor het kennelijk diepe geloof van meester Frantz in de aangeboren superioriteit van de rijken en de adel. Onze moderne afgunstcultuur  veronderstelt dat het mogelijk is om aanstoot te nemen aan de geërfde rijkdom en privileges van anderen – niet om er respect voor te hebben als de door god bepaalde realiteit. (p. 161)

In Dagboek van een beul brengt Joel Harrington de smerige straten van het 17de-eeuwse Neurenberg tot leven met erg kleurrijk proza. De passages uit het dagboek van Frantz Schmidt schetsen een persoonlijk verhaal, maar onthullen tegelijk veel over hoe men in het vroegmoderne Duitsland dacht over moord, diefstal, bedrog, ‘seksueel afwijkend gedrag’ of overspel.

dagboek van een beul
Het enige betrouwbare portret van Frantz Schmidt, bij de onthoofding van Hans Fröschel in 1591.

Harrington plaatst ook vraagtekens bij het hedendaagse, romantische beeld van de middeleeuwse beul. Door hen af te schilderen als gekapte gruwelfiguren, distantiëren we onze eigen moderne, ‘beschaafde’ cultuur van de historische barbarij.

Onterecht, vindt Harrington. Volgens hem waren Frantz Schmidt en zijn tijdgenoten niet noodzakelijk meer tot wreedheid geneigd. De scherpe daling van het aantal openbare executies na de tijd van meester Frantz wijt hij ook niet aan een ‘beschavingsproces’ – een stelling waarmee hij onder meer Steven Pinkers klepper The better angels of our nature: a history of violence and humanity uit 2011 tegenspreekt:

Om de teruggang van het aantal publieke executies te verklaren, kunnen we beter kijken naar de redenen waarom zulke terechtstellingen zo populair werden. De raadsleden van Neurenberg en andere seculiere autoriteiten in Europa werden niet minder streng in de zeventiende eeuw – integendeel – maar ze voelden zich eindelijk zeker genoeg van hun juridische autoriteit om meer op publieke demonstraties van clementie te vertrouwen dan op zorgvuldig georkestreerde geweldsrituelen.Het was voor een groot deel aan de inzet van meester Frantz en zijn collega’s te danken dat de staat en de rechterlijke autoriteit een gevestigde macht waren geworden. (p. 304-305)

Die conclusie brengt ons terug bij dat andere, actuele beeld van de beul. De – dit keer echt gekapte – scherprechters die in pas gevormde, radicale ‘staten’ de rechterlijke autoriteit proberen te vestigen met huiveringwekkend bloedvergieten.