Recensie van: Mark Schaevers, Orgelman: Felix Nussbaum – een schildersleven, de bezige bij, 2015 (456 blz.)

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1) 

“Entschuldigung, wir suchen die Ausgang.”

De suppoost kijkt niet vreemd op, hij hoort de vraag duidelijk wel vaker. We zijn hopeloos verloren gelopen in het Felix Nussbaum Haus in Osnabrück. Daniel Libeskind, de architect van het gebouw, noemde het terecht een ‘Museum ohne Ausgang’. We waren nochtans gewaarschuwd door Mark Schaevers. In Orgelman, zijn bekroonde werk over Felix Nussbaum uit 2015, schrijft hij:

De driehoekige constructie van Libeskind levert geen klassiek, overzichtelijk museum op, maar een doolhof waarin men al snel gedesoriënteerd raakt. (…) Telkens wanneer ik het Osnabrückse museum bezoek, heb ik moeite om de uitgang te vinden. (p. 419)

Het bleek geen loze waarschuwing. Dat we überhaupt in Osnabrück beland zijn, is volledig aan Orgelman te danken. Felix Nussbaum (1904-1944) wordt bij de belangrijkste Joodse schilders van de twintigste eeuw gerekend, maar tot een goeie week geleden had ik er nog nooit van gehoord. Dat zijn werk vandaag in Nedersaksen te bewonderen is, blijkt een klein mirakel te zijn.

Mark Schaevers Orgelman Felix Nussbaum een schilderslevenOrgelman vertelt het tragische leven van Felix Nussbaum, en reconstrueert de ondergang en de wonderlijke wederopstanding van zijn werk. Nussbaum maakte naam tijdens het Duitse interbellum maar werd in ballingschap gedwongen door de rassenwaan in zijn vaderland.

Samen met zijn Poolse vrouw, de schilderes Felka Platek, verbleef hij onder meer in Oostende – waar hij James Ensor ontmoette – en Brussel. Na het uitbreken van de oorlog belandt Nussbaum van mei tot augustus 1940 in St. Cyprien, een kamp vlakbij Perpignan dat Schaevers omschrijft als een ‘lazaret vol diarree- en tyfuspatiënten’. Nussbaum weet te ontsnappen en keert als illegaal terug naar België.

Vanaf dan leven zowel hij als Felka geïsoleerd op een onderduikadres in Brussel. Eenzaamheid, wanhoop en voortdurende doodsangst beheersen de beeldtaal van Nussbaum. In de laatste weken van zijn leven lijkt de schilder zeker dat hij zal sterven. Zijn laatste, monumentale werk krijgt de titel Triomf van de Dood.

In juni 1944 vallen Duitse soldaten het schuiladres van de Nussbaums in de Archimedesstraat binnen, wellicht getipt door buren. Enkele weken later vertrekken Felix en Felka vanuit de Mechelse Dossinkazerne op het laatste transport naar Auschwitz-Birkenau. Kort daarna rollen Britse en Canadese tanks Brussel binnen.

De werken van Nussbaum blijven achter op zolderkamers en in kelders van kunsthandelaren. In één geval beschrijft Schaevers hoe een Brusselse ambtenaar jarenlang een Nussbaum met punaises aan de muur boven zijn bed had hangen, zonder de kunstenaar of zijn verhaal te kennen. Vlak ernaast hing een dartsbord. De redding en reconstructie van het oeuvre van Nussbaum vormen een al even aangrijpende verhaallijn in het boek.

Orgelman is onvergetelijk. Schaevers vertelt het verbijsterende verhaal van Nussbaum maar laat ook de schilderijen voor zich spreken. Leven en werk lopen naast elkaar, het tragische plot ontplooit zich in woord en beeld. Tegelijk gaat de vorsende auteur in het heden op zoek naar verloren echo’s van de kunstenaar. Van Oostende over Rome tot St. Cyprien: geen enkel spoor blijft onbesnuffeld, elk archief wordt omgespit en alle mogelijke getuigen worden opgezocht.

De grondigheid en zorg waarmee Schaevers Orgelman heeft uitgewerkt, tonen een diepe fascinatie voor Nussbaum en een verbetenheid om dit verhaal te vertellen zoals het hoort. Samen met de soepele vertelstijl en de kleurrijke beelden resulteert het in een boek dat aan de ribben kleeft. In die mate dat de zomervakantie een onverwacht einde kreeg, met een omweg langs Osnabrück. Een bezoek is sowieso de moeite, maar met Orgelman vers in het geheugen is het ronduit beklijvend.

De titel van het boek verwijst overigens naar een terugkerend motief in de werken van Nussbaum: mannen met draaiorgels.

Waarom altijd weer die orgelman? Hij kan staan voor de melancholie die een draaiorgel met zijn eeuwig herhaalde deuntjes al gauw opwekt. Hij doet ook denken aan een wandelende jood, zoals Nussbaum zelf er een is. Of is die orgelman vooral de kunstenaar op zoek naar een echo in een tijd waarin die zo moeilijk te vinden is? (p. 228)

Hoe goed de titel gekozen is, maakte Mark Schaevers zelf duidelijk toen hij de Gouden Boekenuil won in 2015: “Nussbaum zijn echo was weg. Ik reconstrueerde dat verhaal. Nu dat verhaal een echo krijgt, is de cirkel rond.”