Wat is non-fictie? De meningen lopen nogal uiteen. Volgens Wikipedia – altijd een goed startpunt, nooit een goed eindpunt – is het een verzamelnaam voor alle informatieve teksten of beelden die betrekking hebben op de werkelijkheid. Het ontspruit dus niet aan de fantasie van de maker.

Die definitie lijkt duidelijk en bruikbaar, maar heeft één groot nadeel: het maakt de verzameling meteen onpraktisch groot. Werken als Vogels in en rond de tuin of Knutselen met eierdozen maken er bijvoorbeeld evengoed deel van uit.

Net daarom wordt ook wel gesproken over ‘literaire’ of ‘creatieve’ non-fictie: werken die betrekking hebben op de werkelijkheid, maar die ook steunen op creatieve elementen – zoals literair taalgebruik, kleurrijke personages of zorgvuldig geconstrueerde spanningsbogen. Het eenvoudigste voorbeeld is wellicht Truman Capote’s In Cold Blood (1966).

Zo ontstaat natuurlijk een nieuwe grijze zone, want hoever mag die non-fictieauteur dan gaan? Hoeveel stilering kan de werkelijkheid verdragen? In Maus (1977) vertelt Art Spiegelman het waargebeurde verhaal van zijn vader Vladek, die als Poolse jood aan de holocaust probeert te ontkomen. Het boek is een spannende en ontroerende graphic novel waarin alle personages dieren zijn. Literaire non-fictie op zijn best, denk ik dan.

maus-art-spiegelman.jpeg

Maar waar ligt de grens tussen een waargebeurd verhaal en een verhaal dat gebaseerd is op waargebeurde feiten? Is Titanic, de film van James Cameron uit 1997, een non-fictiewerk? En wordt Maus weer fictie als Art Spiegelman tijdens een interview toegeeft dat het verhaal misschien niet helemaal overeenstemt met de oorlogsherinneringen van zijn vader? Vervelend.

Helemaal moeilijk wordt het als ook drama en poëzie in het non-fictievakje worden ondergebracht. Dat doet onder meer Robert McCrum, de Britse journalist die voor The Guardian op zoek gaat naar de ‘100 best nonfiction books of all time‘. Tot grote ergernis van enkele lezers … en zichzelf: “Unlike fiction, nonfiction is not a genre”, schrijft hij. “It’s a headache.”

Het is duidelijk: vakjesdenken lost zelden iets op, en in dit vraagstuk helpt het ons al helemaal niet verder. De grens tussen fictie en non-fictie is stilaan een niemandsland geworden. Dat blijkt ook uit literaire prijzen: vorig jaar ging de Gouden Boekenuil naar Mark Schaevers voor Orgelman, terwijl de  Nobelprijs voor Literatuur werd uitgereikt aan de Wit-Russische onderzoeksjournaliste Svetlana Aleksijevitsj. Beide auteurs schrijven onmiskenbaar non-fictie, maar worden erkend voor hun literaire prestatie.

Ik gooi de handdoek en hou het met deze boekenblog op ‘meeslepende non-fictie’: informatieve teksten over de werkelijkheid die je op sleeptouw nemen. Naar andere – maar echte! – werelden, tijdsvakken, denkbeelden en overtuigingen. Het is een definitie die rammelt langs alle kanten, maar wellicht zit net daarin ook een schoonheid.

Wat niet wegneemt: mocht iemand een beter antwoord hebben op de vraag van deze post, ik blijf geïnteresseerd!