Recensie van: Andrea WULF – De uitvinder van de natuur: het avontuurlijke leven van Alexander von Humboldt (oorspr. The invention of nature: the adventures of Alexander von Humboldt, the lost hero of science, 2015), Atlas Contact, 2016 (576 p.)

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)

Dde-uitvinder-van-de-natuuur-het-avontuurlijke-leven-van-alexander-von-humboldt-andrea-wulfe Pruisische natuurvorser en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt (1769– 1859) werd door zijn tijdgenoten omschreven als de bekendste man ter wereld na Napoleon. 

Vandaag is hij echter grotendeels vergeten. Met De uitvinder van de natuur wilde Andrea Wulf dat onrecht corrigeren. Het resultaat is een grandioos boek over een al even grandioos man.

Hoewel het een goed gedocumenteerde biografie is, leest dit levensverhaal van Alexander Von Humboldt als een roman van Jules Verne. Wulf introduceert Humboldt als een rusteloze wetenschapper die wordt voortgestuwd door een tomeloze honger naar kennis. Als jongeman experimenteerde hij bijvoorbeeld lustig op zijn eigen lichaam:

Met een scalpel sneed hij in zijn armen en zijn bovenlijf. Vervolgens wreef hij voorzichtig chemicaliën en zuren in de open wonden of bevestigde hij plaatjes metaal, metaaldraad en elektrodes op zijn huid of onder zijn tong. Zorgvuldig noteerde hij ieder beweginkje, iedere stuiptrekking, ieder pijntje en elk branderig gevoel.(p. 45)

Het echte avontuur begint als Humboldt in 1799 in La Coruña aan boord gaat van het fregat de Pizarro en koers zet naar Zuid-Amerika. Aangekomen in Venezuela begint hij, samen met de jonge Franse geleerde Aimé Bonpland, als een bezetene de natuur in de Nieuwe Wereld te onderzoeken en catalogeren.

Hij  verzamelt er honderden nieuwe plantensoorten, brengt rivieren in kaart door ze onverschrokken af te varen en beklimt onversaagd kilometershoge vulkanen – zoals de Chimborazo in het hedendaagse Ecuador. In vergelijking met Humboldt lijkt zelfs Bear Grylls maar een halfzachte padvinder:

De top bleef door de mist aan het zicht onttrokken. Algauw bewogen ze zich kruipend voort over een hoge richel die uiteindelijk nog maar een angstaanjagende vijf centimeter breed was. (…) Dat hun handen en voeten gevoelloos waren geworden van de kou maakte de zaak er al niet beter op, en daar kwam nog bij dat de wond die hij tijdens een eerdere beklimming aan zijn voet had opgelopen, was gaan ontsteken. (…) Ze waren misselijk en draaierig door het gebrek aan zuurstof, hun ogen waren bloeddoorlopen en hun tandvlees bloedde. Die voortdurende duizelingen waren, zo erkende Humboldt later, ‘zeer gevaarlijk gezien de omstandigheden’. (p. 121)

Behalve een onbevreesde ontdekkingsreiziger is Humboldt ook een onuitputtelijke wetenschapper. Overal sleept hij meetapparatuur mee en noteert hij de meest uiteenlopende observaties. Van klimaatgegevens tot geologische en botanische informatie: vrijwel niets ontsnapt aan zijn vorsende blik. Door deze verscheidenheid en rijkdom aan wetenschappelijke informatie plaatste hij planten niet in taxonomische categorieën, maar bezag hij flora in relatie tot klimaat en locatie. Dit radicaal nieuwe gezichtspunt lag aan de basis van ons hedendaagse begrip van ecosystemen.

Humboldt concludeerde als een van de eerste wetenschappers dat de natuur een complex geheel vormt waarin alles met elkaar verbonden is. Hij legde ook als eerste een verband tussen het kolonialisme en de verwoesting van de natuurlijke omgeving. In die tijd werd algemeen aangenomen dat de mens de natuur moest onderwerpen, maar Humboldt zag in dat het menselijk ras net de macht had om ecosystemen te verwoesten. Daarmee is hij de ongekroonde founding father van zowat alle milieubewegingen.

Met de natuur als leermeester beschouwde Humboldt vrijheid als het hoogste goed. Hij was een rabiate tegenstander van slavernij en onderdrukkend kolonialisme. Na zijn vijf jaar durende reis door Amerika raakte hij in Parijs  bevriend met Simón Bolívar, de Venezolaan die later de Zuid-Amerikaanse revoluties zou leiden. Tijdens zijn leven ontmoette en inspireerde Humboldt nog tal van  andere illustere figuren: van Goethe en Friedrich Schiller in Europa tot Thomas Jefferson in Amerika.

Humboldt schreef zijn ideeën – van biologie over astronomie tot filosofie en literatuur – neer in verschillende boeken die wereldwijd verslonden werden. Charles Darwin noemde hem de grootste natuurwetenschapper die ooit had geleefd en bekende dat hij zonder Humboldt wellicht nooit aan boord van de Beagle was gegaan. Tot lang na zijn dood was hij het lichtend voorbeeld voor natuurliefhebbers en -activisten als Henry David Thoreau, George Perkins Marsh en John Muir.

“Wie De uitvinder van de natuur leest, wordt onvermijdelijk bevangen door een toenemende Humboldtkoorts”, schreef The New York Review of Books. Ik kan het boek niet beter omschrijven: na elk hoofdstuk begrijp je steeds minder hoe het mogelijk is dat deze kleurrijke en belangrijke wetenschapper tussen de plooien van de geschiedenis is verdwenen.

Andrea Wulf reconstrueert het leven van Humboldt overzichtelijk en verweeft moeiteloos overkoepelende verhaallijnen met smakelijke anekdotes. Ze vertelt meesterlijk, legt prikkelende verbanden en schetst een haarscherpe ideeëngeschiedenis. Meeslepend en levendig. Een pracht van een boek.