Elk jaar houdt een gastschrijver aan de universiteit van Leiden de zogenoemde Albert Verweylezing. Op 3 november van dit jaar was die eer weggelegd voor Frank Westerman, de Nederlandse journalist van wie begin dit jaar het non-fictiewerk Een woord een woord verscheen bij De Bezige Bij.

Tijdens zijn lezing zette Westerman een boompje op over het label ‘non-fictie’. Hij begon zijn betoog met een verwijzing naar Gerard Reve (1923-2006), die in 1985 de allereerste Verweylezing uitsprak. De geestelijke vader van De Avonden stelde toen onomwonden dat een schrijver in de eerste plaats een fictieschrijver is.

En dat betekent: verzinnen. Wie iets anders doet, is geen schrijver. “Echt gebeurd is geen excuus”, aldus Reve. Zijdelings merkte hij ook op dat hij ‘fictie’ maar een denigrerend woord vond.

31 jaar later dient Westerman het icoon van Nederlandse literatuur van antwoord. Hij vindt  – op zijn beurt – ‘non-fictie’ een denigrerend woord:

Ik wil geen label op mijn werk dat zegt wat het niet is. Stel, ik sta op de markt met meloenen, dan prijs ik mijn waar toch niet aan met: Geen bananen!

Nee, een geschiktere term vindt hij de ‘literatuur van de feiten’, of korter: de feitenliteratuur. Het sleutelwoord in deze verwoording is uiteraard niet feiten, maar literatuur. Westerman wijst er immers op dat zowel fictie als non-fictie neerkomen op een stilering van de werkelijkheid. Of een verhaal nu ‘waargebeurd’ is of niet, degene niet het neerschrijft moet het verwoorden of ‘ver-zinnen’.

De romankunst en de feitenliteratuur liggen daardoor dichter bij elkaar dan Reve zou willen toegeven. Zodanig zelfs dat ze nog moeilijk uit elkaar te houden zijn, zoals ik hier al schreef. Het werk van Westerman zelf is een uitstekend voorbeeld: de omschrijvingen voor zijn recente boek variëren van ‘literaire reportage’ tot ‘journalistieke roman’.

En toch zijn er verschillen tussen de romanschrijver en de feitenliterator, aldus Westerman. De eerste begint met ‘een homp vormeloze klei’ en kneedt daaruit personages en een plot. De laatste begint met een brok steen waaruit hij de personages en het plot bevrijdt.

Waarom kiest Westerman er dan voor om zijn verhalen in feiten te verankeren? Daarop formuleert hij een interessant antwoord. 6 dagen voor  Donald Trump tot president van de Verenigde Staten werd verkozen, liet hij dit optekenen:

Reve’s “Echt Gebeurd is Geen Excuus”, is de lijfspreuk geworden van politici als Poetin, Trump, Erdogan en Wilders. Ieder op hun eigen manier wekken zij met hun weergaven van de werkelijkheid de ene na de andere draak tot leven. (…) Aangejaagd door het vliegwiel dat internet heet, groeit de evolutie van verhalen ons boven het hoofd. Ingewikkelde verhalen leggen het af tegen simplistische, genuanceerde tegen ongenuanceerde, saaie tegen sensationele. Fabuleren loont. Alles lijkt geoorloofd, met als gevolg: de fabeldieren die we in het leven roepen zijn monsters geworden.

Net daarom schrijft Westerman geen fictie. Hij wil naar eigen zeggen de monsterlijke verhalen ‘kooien in een traliewerk van feiten’.

In tijden van maatschappelijke deining, is dit een welgekomen roep om genuanceerde verhalen die verankerd zijn in de dingen die om ons heen gebeuren. Niets weerhoudt de schrijvers van die verhalen overigens om ‘taal als marinade’ te gebruiken.

Een ingekorte versie van de Verweylezing die Frank Westerman uitsprak in Leiden vindt je op de website van NRC.