Recensie van: Steven Stroeykens, Het Einde van de Wereld: een Geschiedenis, Uitgeverij Polis, 2016 (343 p.)

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (2)

het-einde-van-de-wereld-een-geschiedenis-polis-2016-steven-stroeykensAl sinds 1947 houdt een internationale groep wetenschappers de zogenoemde ‘Doemdagklok‘ bij.

Deze symbolische klok geeft weer hoe dicht de mensheid zich bij een zelf veroorzaakte wereldwijde ramp bevindt, met middernacht als het punt waarop zich een fatale calamiteit – zoals een kernoorlog – voordoet.

De wijzers stonden in 1947 op zeven voor twaalf. Tijdens de Koude Oorlog wezen ze een beangstigende twee voor twaalf aan. Vandaag moeten we het stellen met een niet veel geruststellendere drie voor twaalf. De voornaamste redenen daarvoor zijn de ongecontroleerde klimaatverandering en de wereldwijde verspreiding van buitensporig grote nucleaire arsenalen. De Doemdagklok werd het laatst verzet op 22 januari 2015, met deze blijhartige boodschap: “The Clock ticks. Global danger looms. Wise leaders should act — immediately.” 

Een mens wordt er niet vrolijk van. Staan we echt zo dicht bij onze ondergang? Is het einde van de wereld nakend? Op die vraag werpt wetenschapsjournalist Steven Stroeykens zich in Het Einde van de Wereld: een Geschiedenis. Hij verkent een brede waaier aan doemscenario’s en gaat telkens na wat de huidige wetenschap ons erover kan vertellen.

Stroeykens deelt de uiteenlopende einde-van-de-wereldscenario’s op in drie categorieën, die telkens een hoofdonderdeel van het boek vormen:

  • 1. Openbaring: de scenario’s waarbij een rampzalige periode wordt gevolgd door een nieuwe, betere wereld. Vaak gaat het hier om religieuze visies op het einde van de wereld, zoals de Maya-apocalyps of de openbaring van Johannes van Patmos in het laatste boek van het Nieuwe Testament.
  • 2. Voorzorg: de rampen die ons écht zouden kunnen overkomen, maar waar we ons enigszins op kunnen voorbereiden. Meestal gaat het om catastrofes die een einde maken aan ‘de wereld zoals we die kennen’. Tot deze categorie behoren onder meer kernoorlogen, klimaatveranderingen, verwoestende asteroïden, allesverzengende zonnevlammen, moordende virussen en ander leuks.
  • 3. Speculatie: in deze categorie komen de meest vernietigende – maar gelukkig niet meest acute – scenario’s aan bod. Denk bijvoorbeeld aan superzware zwarte gaten, kosmische explosies en een vraatzuchtige zon.

Wie denkt dat het resultaat een beangstigend of deprimerend boek is, heeft het mis. Bij alle mogelijke doemscenario’s gaat Stroeykens na hoe waarschijnlijk het is dat ze binnen onafzienbare tijd staan te gebeuren. Vertrouwend op de moderne wetenschap blijkt dat in vele gevallen geweldig mee te vallen.

Dat neemt niet weg dat het evengoed morgen met ons gedaan kan zijn. Vooral de theorie over een ‘schijnbaar vacuüm’ van de Amerikaanse natuurkundige Frank Wilczek klinkt guur. Zonder uit te weiden over de wetenschap: het komt erop neer dat we met z’n allen plots – zonder enige waarschuwing – gevaporiseerd zouden worden. Pijnloos, dat wel.

Het is overigens al enkele keren kantje boord geweest voor onze planeet. Een opvallend verhaal in het boek is dat over Stanislav Petrov, een Luitenant-Kolonel van de Sovjet-Unie die in de nacht van 26 op 27 september 1983 in zijn eentje een kernoorlog voorkwam. Rond middernacht gaven de radarschermen in zijn bunker aan dat vijf Amerikaanse kernraketten richting Sovjet-Unie aan het klieven waren. Petrov hield het hoofd koel en besloot dat het vals alarm moest zijn, waardoor de secretaris-generaal van de Communistische Partij, Joeri Andropov, niet op de hoogte werd gesteld. Had hij dat wél gedaan, dan zouden de Sovjets meteen teruggeslagen hebben. Gelukkig kreeg Petrov gelijk: het valse alarm bleek veroorzaakt te zijn door een mix van gebrekkige software en hoge wolken.

Dit verbijsterende stukje geschiedenis is overigens niet het enige verontrustende weetje over de nucleaire bedreigingen voor onze Aarde. Googel ‘doomsday device‘ en huiver.

Ondanks het onderwerp is Het Einde van de Wereld: een Geschiedenis een hoogst vermakelijk boek. Stroeykens spit de meest uiteenlopende onderwerpen uit, van nanorobots over artificiële intelligentie tot supernova’s. Dat doet hij als een volleerde Carl Sagan of Neil deGrasse Tyson: wetenschappelijk onderbouwd, maar meeslepend verteld. Nu eens grappig, dan weer bloedstollend.

Af en toe kruipt de auteur ook in de huid van Elon Musk: wanneer hij zijn fantasie de vrije loop laat, komen bijvoorbeeld ook intergalactische reizen tot aan de manen van Saturnus aan bod. Er spreekt veel optimisme uit en rotsvast vertrouwen dat de mensheid – ondanks al zijn follies en gebreken – tot grootse dingen in staat is. In die zin is het boek een uitermate amusante ode aan de wetenschap.

“Wanneer het einde ook komt, het is nog nooit zo nabij geweest als nu.” Zo besluit Stroeykens de inleiding op zijn boek. Dat klinkt alarmistisch, maar het klopt als een bus. Het kan morgen zijn, maar evengoed over biljoenen jaren. Hoe dan ook zijn we er op dit eigenste moment nog nooit zo dicht bij geweest.

Hoogstwaarschijnlijk hebben we als mensheid wel nog even de tijd en blijven onze overlevingskansen gaaf. Al zullen we daarvoor dringend ons verstand moeten beginnen gebruiken. In de bekende woorden van Carl Sagan:

Our planet is a lonely speck in the great enveloping cosmic dark. In our obscurity, in all this vastness, there is no hint that help will come from elsewhere to save us from ourselves.

Blijf op de hoogte via Facebook en Twitter of abonneer je op de VDF-nieuwsbrief