Recensie van: Geert Mak, De levens van Jan Six: een familiegeschiedenis, Atlas Contact, 2016 (444 p.)

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)

de-levens-van-jan-six-een-familiegeschiedenis-geert-mak-2016Het beste boek dat ik in 2016 las, kwam er op de valreep. Als een kerstgeschenk. De laatste pagina las ik op de laatste dag van het jaar.

En het mag dan wel de afsluiter van 2016 zijn, De Levens van Jan Six van Geert Mak katapulteert zich met sprekend gemak naar de hoogste regionen van m’n favorietenlijst.

Mak vertelt het verhaal van de Sixen, een beroemd Amsterdams patriciërsgeslacht. Die historie begint in Frans-Vlaanderen: eind 16de eeuw pakte lakenverver Charles Six z’n biezen in Saint-Omer. Als aanhanger van Calvijn zag hij geen toekomst meer in de Zuidelijke Nederlanden die terug in Spaanse – en dus katholieke handen – waren gevallen. Meegesleurd in de massale emigratiegolf die na de val van Antwerpen in 1585 op gang kwam, belandden de Sixen in Amsterdam.

Daar, in de bloeiende stad aan de Amstel, beginnen de levens van Jan Six. Gespreid over ruim vier eeuwen schetst Mak het doen en denken van acht Jannen, zoals de oudste zonen van de vermogende familie Six sinds 1618 traditiegetrouw heten. Om de privacy van de hedendaagse Sixen te respecteren, stopt het verhaal in 1961 met het overlijden van Jan Six de achtste. Maar de traditie gaat verder: de meest recente Jan Six werd geboren in 2013.

De eerste Jan Six (1618-1700) leefde in de Nederlandse Gouden Eeuw, een bijzondere bloeiperiode op het vlak van handel, wetenschap en kunsten. Door z’n huwelijk met de dochter van burgemeester-hoogleraar Nicolaas Tulp trad Six binnen in een nieuwe, besloten wereld: de regentenstand van Amsterdam. In 1691 werd hij zelf eenmaal burgemeester van de stad. Als dichter en fervent kunstverzamelaar was Jan Six de vriend en mecenas van roemruchte Amsterdammers als Joost van den Vondel en Rembrandt. In het boek wordt gespeculeerd dat hij ook filosoof Baruch Spinoza zou hebben gekend.

Mak brengt de bedrijvigheid, het lawaai en de stinkende grachten van dit 17de-eeuwse Amsterdam schitterend tot leven. Hij reconstrueert het verhaal van Jan Six en zijn nageslacht aan de hand van gedichten, brieven, dagboeken, schilderijen, kledingstukken en ontelbare snuisterijen die de familie Six door de eeuwen heen met zich meesleepte.

Het is het handelsmerk van Geert Mak. Hij vertelt de geschiedenis vanuit de kleinste details, van de handschoenen op een portret tot verrimpelde verfzakjes. Mak bracht drie jaar door in het familiehuis aan de Amstel. Hij dompelde er zich onder in het omvangrijke familiearchief dat maar liefst 100.000 documenten bevat, waaronder zelfs handgeschreven brieven van George Washington.

De auteur verwijst zelf naar de ‘historische sensatie’, een gevoel dat de Nederlandse historicus Johan Huizinga omschreef als ‘een onmiddellijk contact met het verleden, een sensatie even diep als het zuiverste kunstgenot’. Of zoals Geert Mak het zelf beschrijft:

In het huis aan de Amstel was dat unieke avontuur voor mij, als bevoorrechte onderzoeker, nog volop aanwezig. Aan de wanden en in de kasten en vitrines, op de zolders, maar ook in de duizenden prenten, boeken en archiefmappen. Ik lees bij Hans Bontemantel over een gouden penning die Nicolaes Tulp in 1672 kreeg bij zijn ambtsjubileum, en daar is hij, ik kan hem gewoon vasthouden en bekijken.

De auteur slaagt er wonderwel in om dit gevoel over te brengen naar z’n lezers. Dat is precies wat dit boek zo goed maakt: door mensenlevens van onderuit te bestuderen, zet hij encyclopedische geschiedenis om in een voor ons vreemde, maar toch bijna tastbare historische werkelijkheid waarin mensen van vlees en bloed rondlopen. Ook tijdens de Gouden Eeuw vertelde men schuine moppen en ook in de nasleep van de Franse Revolutie maakten mensen zich kleinzerig druk over onbenulligheden. Dergelijke details zijn, in de woorden van Mak, ‘bruggen in tijd en ruimte’.

Die lijn houdt het boek echter niet aan tot het einde. Ruim de eerste helft van het boek gaat over de Gouden Eeuw. De eerste Jan Six zette zijn gevoelens en gedachten uitvoerig op papier, wat een grondig en innig portret mogelijk maakte. In de latere hoofdstukken krijgt een meer algemene cultuurgeschiedenis de bovenhand, maar daar is een simpele reden voor. Volgens Mak was er soms te weinig informatie om de innerlijke leefwereld van de volgende Jannen te schetsen.

Overal in deze geschiedenis liggen enorme blanco plekken, als op oude landkaarten, en alleen romanschrijvers hebben het recht om die te betreden.

De jaren die Mak spendeerde in het huis aan de Amstel omschrijft hij zelf als ‘een achtbaan door de geschiedenis’. Zo leest het boek ook. Van de executie van Johan van Oldenbarnevelt en de moord op de gebroeders De Witt over de Amerikaanse en Franse Revoluties tot de Tweede Wereldoorlog: de levens van de Sixen doorkruisen grote en kleine gebeurtenissen uit de Amsterdamse, Nederlandse en Europese geschiedenis. Als lezer volg je ze vanop de eerste rij, door de ogen van de Sixen en hun tijdgenoten.

De rode draad wordt niet zozeer gevormd door de biografieën van de afzonderlijke Jannen, maar door de evolutie van hun familienaam en -stand. Maks microgeschiedenis brengt een proces van aristocratisering in kaart en toont hoe een elitefamilie eeuwenlang angstvallig waakte over zijn positie en rijkdom. In de epiloog schrijft Mak:

Op een bepaalde manier kan dit boek worden gelezen als een kleine geschiedenis van dit soort ongelijkheid: van de gestolde verhoudingen die extreme ongelijkheid op den duur met zich meebrengt, van het gebrek aan dynamiek en samenhang binnen al te ongelijke samenlevingen, van de benauwdheid, de blindheid en de waandenkbeelden die ongelijkheid met zich mee kan brengen binnen een al te gevestigde elite

In dit elitaire waken over de familienaam, de rijkdom en de kunstcollecties schuilt wat mij betreft het enige minpuntje van het boek. Mak volgt de maatschappelijke status van de Sixen en hun bezittingen nauwgezet op, waardoor nu en dan langdradige overzichten van functietitels, opsommingen van huizen en landgoederen en inventarissen van kunstwerken de revue passeren. Belangrijk voor het verhaal dat Mak vertelt, maar niet altijd even opwindend. In die zin is dit boek ook het verhaal van de Collectie Six.

Los daarvan is De Levens van Jan Six op vele vlakken een prachtig boek. Mak wist een schatkist aan bronmateriaal om te zetten in een uniek verhaal en maakt de geschiedenis tastbaarder dan ooit met deze meeslepende familiekroniek.

Blijf op de hoogte via Facebook en Twitter of abonneer je op de VDF-nieuwsbrief

Titelfoto: een stuk uit het portret dat Rembrandt halverwege de 17de eeuw maakte van de eerste Jan Six, via Wikimedia Commons.