Recensie van: Christophe Vekeman, Johnny Paycheck, De Arbeiderspers, 2016 (221 p.)

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (2)

johnny-paycheck-christophe-vekeman-de-arbeiderspers-2016Voor zijn dertiende boek schreef Christophe Vekeman zelf de slagzin: ‘een boek zoals je er nog nooit één hebt gelezen, over een man van wie je nog nooit hebt gehoord.’ Een tikkeltje kwasterig misschien, maar in mijn geval wel twee keer correct. Van Johnny Paycheck, alias Donald Eugene Lytle  (1938-2003) had ik tot een goeie week geleden nog nooit gehoord. En een biografie zoals deze, die had ik tot dusver nog niet gelezen.

Johnny Paycheck was een countryzanger en -muzikant die door kenners van het genre bij de allergrootsten wordt gerekend. Als lid van de Grand Ole Opry behoort hij ook op papier tot de legenden der country, maar toch is hij in Europa zo goed als onbekend. Meer zelfs: over de man was nog nimmer een biografie verschenen.

Onterecht, zo vond Christophe Vekeman. In 2013 schreef hij in De Morgen een open brief aan Johnny Paycheck, met de boodschap: “Mijn ongetrouwde echtgenote is van mening dat gerechtigheid geschieden moet en dat niemand meer of minder dan ikzelf mij aan het schrijven van uw biografie moet zetten.”

En zo geschiedde. Materiaal was er in elk geval genoeg. De levensloop van Johnny Paycheck is gedrenkt in een liederlijke mixtuur van alcohol, drugs, geweld en andere onversneden ellende. Vekeman gaat ’s mans miserie allerminst uit de weg, maar wil veel meer vertellen dan dat. Dat Paycheck een uitzonderlijke kunstenaar was. En dat zijn kunstvorm, de country – ‘de muziek bij uitstek voor zielen in nood’ – erkenning verdient.

Vekeman geeft duidelijk te kennen dat hij geen gefictionaliseerde biografie wilde schrijven, maar geeft ook toe dat het eindresultaat ‘op essayistische leest is geschoeid’. En hoewel de romanschrijver zijn verbeelding aan banden legt, weet hij ook dat de fictie nooit veraf is:

Werkelijkheid is een gevaarlijk woord, en elk levensverhaal door wie en over wie het ook verteld wordt, en hoe klassiek de (auto)biografie in kwestie ook zijn wil, is fictie. Hoe dan ook, wil ik zeggen, wordt elk leven geïnterpreteerd in het licht van een lamp die slechts korte tijd heeft gebrand.”

Wat leren we dan over de levenswandel van Johnny Paycheck? Vooral dat het genadeloos heen en weer pendelt, met aan het ene uiterste perioden van vluchtig succes en broos geluk, en aan de andere kant ‘het aloude moeras van doorgedreven roeszucht en zelfdestructief je-m’en-foutisme’.

Wie een netjes geordende historie van de artiest verwacht, is eraan voor de moeite. Vekeman vertelt meerdere verhalen door elkaar: dat van Johnny Paycheck, en dat van de country – met tal van andere kleurrijke protagonisten zoals Hank Williams, George Jones, David Allan Coe, Waylon Jennings, Willie Nelson en Merle Haggard. En daarnaast vertelt hij – willens nillens – ook over zichzelf.

“Als een en ander ook een soort zelfportret zou blijken te worden, zie ik niet in waarom dat in hemelsnaam meegenomen zou zijn, maar goed, sommige dingen zijn nu eenmaal niet anders.”

Wat nog het meeste aanspreekt, is Vekemans aanstekelijke liefde voor country. “Je hoeft me niet  te geloven, als je mij maar begrijpt”, is misschien nog de beste samenvatting van het boek.

In een humoristische en virtuoze stijl beschrijft Vekeman overtuigend wat echte countrymuziek zo bijzonder maakt. De toevoeging van ‘echt’ is belangrijk, want de auteur heeft tegelijk een hevige afkeer van de commerciële, kleffe afkooksels van het genre: “een soort van popmuziek-voor-volwassenen, burgerlijk als geparfumeerd toiletpapier.”

“Goeie country heeft bijvoorbeeld met goeie Beethoven gemeen dat het zeer effectief op de zenuwen weet te werken van mensen die er geen gevoel voor hebben, de onfortuinlijke zeikerds.”

In de zoektocht naar het wezen van de country blijkt het leven van Johnny Paycheck een uitstekende leidraad. Hij was een van de talentrijkste ‘outlaws’ uit de geschiedenis van het genre, maar bleef tegelijk een geboren verliezer, zwalpend tussen duistere eenzaamheid en benevelde excessen.

Vekeman slaat nu en dan ook aan het zwalpen, met hilarische anekdotes en uitgebreide zijsprongen. Het geheel wordt echter strak samengehouden door een ongeveinsde, voelbare passie voor zijn onderwerp(en). De stijl van Vekeman is copieus te noemen, maar sluit naadloos aan op de buitensporigheid van rauwe country en de overdaad van Johnny Paychecks verhaal.

“Als het leven van Johnny Paycheck ons iets heeft te leren, dan wel dat wie victorie kraait al doende het noodlot over zich afroept op dezelfde fatale wijze als waarop de Griekse sirenen de schepen tegen de rotsen aan lieten varen, en dat goede luim altijd algauw gevolgd wordt door alle reden tot paniek, door spijt en door penarie.”

Blijf op de hoogte via Facebook en Twitter of abonneer je op de VDF-nieuwsbrief