Recensie van: Yuval Noah Harari, Homo Deus: een kleine geschiedenis van de toekomst (oorspr.: The History of Tomorrow), Thomas Rap, 2017, 447 p.

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (2)

homo deus een kleine geschiedenis van de toekomst yuval noah harariVorige week raakte bekend dat Elon Musk zich op een nieuw project werpt. Met start-up Neuralink wil de illustere CEO van Tesla en SpaceX zich toeleggen op de verbinding tussen onze hersenen en computers. Kleine hersenimplantaten moeten de capaciteit en cognitieve vaardigheden van onze breinen upgraden. Niet voor de gein, maar om te voorkomen dat de menselijke intelligentie binnen onafzienbare tijd de duimen legt voor artificiële intelligentie.

Wie dat wat grotesk of ronduit ridicuul vindt, moet Homo Deus lezen. De Israëlische historicus Yuval Noah Harari gooide al hoge ogen met zijn vorige boek Sapiens (vertaald in 2014), waarin hij 70.000 jaar menselijke evolutie samenbalde tot een bestseller. Met Homo Deus probeert Harari de toekomst van de mensheid in te schatten.

Volgens de hoogleraar zal de eenentwintigste eeuw in het teken staan van een groot project, waarbij de mens zichzelf met technologie zal blijven upgraden tot het de scheppende en vernietigende vermogens van goden heeft verworven. De homo sapiens wordt homo deus. 

Om die boude stelling te onderbouwen, wendt Harari zich tot de geschiedenis van de mensheid. In het openingshoofdstuk, dat evengoed uit de pen van Steven Pinker kon zijn gevloeid, licht de auteur toe dat de mensheid de laatste paar decennia in relatief rustig vaarwater is aanbeland. Honger, ziekte en oorlog bestaan ongetwijfeld nog, maar hongersnoden, epidemieën en conflicten zijn – volgens een even kille als correcte logica – vandaag eerder ‘beheersbare uitdagingen’ dan onbevattelijke natuurkrachten. In deze luwe tijden kan de mens zich richten op een volgende uitdaging: onsterfelijkheid.

Als Harari iets graag doet, dan is het complexe verhalen herleiden tot enkele pennenstreken. Hij stuitert schijnbaar achteloos doorheen duizenden jaren geschiedenis en staaft zijn betoog met een weefsel van anekdotes en wetenschappelijke wetenswaardigheden. Precies deze kladderige manier van argumenteren, heeft hem al behoorlijk wat kritiek van collega-historici en andere wetenschappers opgeleverd.

Het verhaal van Harari in een notendop: de agrarische revolutie leidde tot theïstische religies, maar die goden moesten al snel hun biezen pakken door de daaropvolgende wetenschappelijke revolutie: de mens beklom zelf de troon en riep zichzelf uit tot de bron van alle gezag en zingeving in het universum. Dit noemt Harari de ‘humanistische religie’.

Het homocentrisme kon volgens de auteur hoogtij vieren omdat we met z’n allen doordrongen zijn van de idee dat we volkomen autonome individuen zijn, met een unieke ‘zelf’ en een vrije wil. Die overtuiging haalt Harari meedogenloos onderuit door te verwijzen naar hedendaags biowetenschappelijk onderzoek.

Mensen zijn niets meer dan biochemische algoritmen. Al onze pijn, verlangens, verzuchtingen, kunstige uitspattingen, verhalen en zorgvuldig gewogen beslissingen zijn stuk voor stuk het resultaat van een chemisch raderwerk in onze hersenen. Het ene biochemische algoritme is het andere niet, maar van vrije wil is geen sprake. L’homme machine in z’n extreemste vorm.

Het bewustzijn is het biologisch nutteloze nevenproduct van bepaalde hersenprocessen. Vliegtuigmotoren brullen dat het een aard heeft, maar dat lawaai stuwt het vliegtuig niet vooruit. (…) Zo zou het bewustzijn ook een soort mentale vervuiling kunnen zijn die wordt geproduceerd door de werking van complexe neurale netwerken. (p. 128)

Tegelijk beleven we vandaag – na de agrarische, wetenschappelijke en industriële revolutie – een technologische revolutie. We worden omringd door algoritmen die steeds krachtiger worden. Van zoekmachines over GPS-systemen tot het internet der dingen: alles komt neer op slimme, artificiële algoritmen.

De fundamentele vragen waar Harari naartoe werkt worden al snel duidelijk: wat als dergelijke computeralgoritmen de menselijke, biochemische algoritmen overstijgen? Kan de mensheid het slachtoffer worden van zijn eigen technologische revolutie? Of met andere woorden: wordt artificiële intelligentie onze grootste en laatste uitvinding? Elon Musk lijkt de antwoorden niet te willen afwachten.

Volgens Harari luidt de technologische revolutie het einde van het humanisme in. Als de mens het waanidee van een uniek en ondeelbaar ikje achterlaat en aanvaardt dat hij een biochemisch algoritme is, zal hij ook bereid zijn om dat algoritme te verbeteren met technologische ingrepen of zal hij toestaan dat artificiële algoritmen meer macht krijgen over ingrijpende levenskeuzes – zoals het kiezen van een partner. De eerste van deze ‘posthumanistische religies’ noemt Harari ‘technohumanisme’, het tweede omschrijft hij als ‘datageloof’ of ‘dataïsme’.

Technohumanisten geloven in de creatie van supermensen, terwijl dataïsten zo goed als alles willen overlaten aan wiskundige formules die alles beter weten dan ons. Waarom zouden we bijvoorbeeld nog democratische verkiezingen organiseren, als een algoritme de best mogelijke regering kan samenstellen? En hebben we überhaupt nog een regering nodig als een computer in enkele seconden de optimale beleidsmaatregelen becijfert?

Ook het technohumanisme heeft zo zijn dystopische trekjes. Vandaag bezitten de acht rijkste mensen op aarde evenveel vermogen als de 3,6 miljard armsten. Wat gebeurt er met deze kloof als er zich een klasse van technologisch geüpgrade supermensen aandient?

Harari verklaart zichzelf geen voor- of tegenstander van de beschreven toekomstscenario’s, maar stelt terecht dat deze veranderingen niet van de ene dag op de andere zullen plaatsvinden en legt de verantwoordelijkheid bij ons allen:

De opkomst van artificiële intelligentie en biotechnologie zal de wereld absoluut veranderen, maar leidt niet per se tot één deterministisch resultaat. Alle toekomstscenario’s in dit boek moeten dus worden opgevat als mogelijkheden en niet als voorspellingen. Als sommige van die mogelijkheden je niet bevallen, staat het je vrij om anders te gaan denken en handelen, zodat die mogelijkheden nooit verwezenlijkt worden. (p. 407-408)

Wellicht is dat de belangrijkste boodschap van Homo Deus. Terwijl de mensheid volop de mogelijkheden van artificiële intelligentie verkent, moeten we ons ook afvragen wat we waardevol vinden. Hoe belangrijk zijn onze humanistische verlichtingsidealen? Hoeveel waarde hechten we aan de liberale democratie? Zijn we bereid om mondjesmaat onze vrijheid op te offeren voor de perfectionering van onze dagelijkse keuzes? En als we dan uiteindelijk onsterfelijk en onfeilbaar worden, zijn we dan nog mensen?

Nog even en we worden geconfronteerd met een stortvloed aan extreem nuttige apparaten, werktuigen en structuren die geen rekening houden met de vrije wil van individuele mensen. Zullen de democratie, de vrije markt en de mensenrechten die vloedgolf overleven? (p. 315)

Zelfs wie kritiek heeft op de inhoud of de vorm van Harari’s boek kan niet om deze vragen heen. Zoals de auteur zelf aangeeft komt de grootste bedreiging voor onze toekomst niet van moslimfundamentalisten, maar misschien wel van een stelletje nerds uit Silicon Valley.

Homo Deus is een meeslepend en snedig betoog dat nooit verveelt. Harari besluit zijn boek met de mededeling dat zijn uiteenzetting veel vragen oproept en hij hoopt “dat ze na lezing van dit boek nog lang door je hoofd blijven galmen”.

Mission accomplished, Yuval.

Blijf op de hoogte via Facebook en Twitter of abonneer je op de VDF-nieuwsbrief