Recensie van: Sandra Cordier, De botten van de Borinage: de iguanodons van Bernissart, Uitgeverij Vrijdag, 2017 (183 p.)

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)half-starfavorite (2)

de botten van de borinage sandra cordier uitgeverij vrijdag 2017

In april 1878 stootten mijnwerkers in Bernissart, een Waals dorp in het voormalige steenkoolgebied Borinage, op een enorme hoeveelheid dinosaurusbeenderen. Uit de 322 meter diepe kleilaag werden de resten van zo’n dertig iguanodons bovengehaald. Dankzij de klei waren verschillende skeletten volledig intact gebleven.

Een eeuw later stond graficus en amateur-paleontoloog Sandra Cordier tijdens een schoolreis voor het eerst oog in oog met de metershoge skeletten in het Brusselse Museum voor Natuurwetenschappen. Dit bezoek markeerde het begin van een bijzondere fascinatie:

De maanden na onze eerste ontmoeting sta ik met ze op en gaan ze met mij slapen. Ik lijk wel verliefd. Ik wil alles van ze te weten komen en ik wil ze zo snel mogelijk terugzien. (…) Het zijn niet zozeer dinosauriërs op zich die mij boeien; het is de groep van prehistorische reuzen uit Bernissart die bij mij, toen ik ze voor het eerst zag, een emotionele snaar hebben geraakt. (p. 9-10)

Dat de iguanodons van Bernissart een grote indruk hebben gemaakt op Cordier, is meer dan duidelijk uit haar boek De botten van de Borinage. Het minste dat je kan zeggen, is dat dit een diepgravend werk geworden is (pun intended).

Reconstructie tot op het bot

De botten van de Borinage is een gedetailleerde reconstructie van het verhaal van de Iguanodons van Bernissart. Hoeveel kan je vertellen over de opgraving van een stel knoken, vraag je je misschien af. Veel, zo blijkt.

Het lot van de iguanodons is op zich al interessant, maar ook de opgravingen, het paleontologische onderzoek, de tentoonstelling en vele andere aspecten geven aanleiding tot verrassend intrigerende verhaallijnen. Het boek heeft uiteindelijk alle kwaliteiten van een whodunit: kleurrijke protagonisten verblind door ambitie en eigenwaan, verdwenen documenten, tegenstrijdige getuigenissen en foute interpretaties.

Cordier kamde jarenlang bibliotheken en archieven uit, bestudeerde talloze originele documenten en illustraties van de iguanodon bernissartensis en praatte met nabestaanden van de hoofdrolspelers in het verhaal. Haar vastberadenheid om dit verhaal te vertellen, is bewonderenswaardig én aanstekelijk. Hoewel het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen allesbehalve welwillend tegenover haar project lijkt te staan, blijft Cordier onverstoorbaar speuren naar nieuwe clues en bijkomende informatie. De vele, mooie illustraties maken deze zoektocht des te plezanter voor de lezer.

Mismeesterde dino’s

Het boek mag dan spannend zijn, bij momenten is het ook tenenkrullend. Dat ligt voor alle duidelijkheid niet aan de auteur, maar aan de onthutsende lotgevallen van de iguanodons. Zo werden ze tijdens de Tweede Wereldoorlog in zeven haasten naar een vochtige kelder gesleept en moesten ze in de jaren 60 bedekt worden met zeilen, om te verhinderen dat ze nat zouden worden onder het museumdak dat zo lek als een zeef was.

Als dat nog niet voor genoeg ergernis zorgt, dan doet het wedervaren van de auteur dat zeker. Cordier stoot tijdens haar onderzoek geregeld op tegendraadse – of onwetende – archivarissen en stelt onder meer vast dat de oorspronkelijke tekeningen van de dino’s liggen te verpieteren in een wanordelijke, bestofte janboel.

De iguanodons van Bernissart zijn op meer dan één wijze mismeesterd geweest en ook hun overlevering krijgt niet de eerbied die het verdient. Net dat maakt De Botten van de Borinage een fantastisch boek. Jazeker, het is spannend en uitstekend geschreven, maar de grootste verdienste van Cordier is dat ze dit verhaal met grote zorg uit de kleilagen van onze vaderlandse geschiedenis heeft opgediept. Haar boek toont hoe schadelijk eerzucht en desinteresse kunnen zijn voor wetenschappelijke vondsten en historische schatten.

O ja, mocht iemand 125 miljoen euro kunnen missen …

Boringen uitgevoerd in 2002 hebben uitgewezen dat er nog veel meer fossiele schatten onder het voormalige mijngebied liggen. Bij de oorspronkelijke opgravingen was al het vingerkootje van een megalosaurus gevonden en uit de studie van coprolieten (fossiele uitwerpselen) blijkt dat er nog heel wat andere vleesetende dinsosauriërs in de regio rondgehuppeld hebben. “Waar wachten we in godsnaam op? Laat die graafmachines aanrukken,” dacht ik tegen het einde. De slotsom van De botten van de Borinage is spijtig genoeg weinig hoopgevend:

Om terug te keren naar de Cran des Iguanodons is er 125 miljoen euro nodig. Dat is het stevige, maar ondertussen verouderde prijskaartje van 2002. Met het geloof, de toewijding en de aandacht gaat het sindsdien bergafwaarts. Dat er vandaag of morgen puissant grote manoeuvres worden bovengehaald om iguanodons uit te graven is utopisch. (p. 169)

😦

Blijf op de hoogte via Facebook en Twitter of abonneer je op de VDF-nieuwsbrief

Titelfoto: Tekening door Gustave Lavalette (juli 1882). Vele skeletten van de Iguanodon bernissartensis zijn bijna volledig. Dit wijst erop dat de dieren na hun dood snel in de sedimenten van Bernissart ingesloten werden en dus afgesloten werden van externe factoren. Via Wikimedia Commons.