Recensie van: Bart Haeck, Na de kater: hoe we ons geloof in de Europese Unie verliezen, Uitgeverij Polis, 2017 (256 p.)

Review: favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (1)favorite (2)

“Onder de brandende actualiteit loopt een trage rivier.”

De Tijd-Journalist Bart Haeck begint zijn boek met deze woorden van de Poolse journalist Ryszard Kapuściński. Opvallend: in Ontredderde Republiek haalde Mia Doornaert hetzelfde citaat van stal.

Beide journalisten buigen zich over sluimerende gevoelens van onvrede, ontgoocheling en vertwijfeling. Doornaert zocht naar de wortels van de Franse verdeeldheid, terwijl Haeck voorbij de oppervlaktegolfjes van de Europese berichtgeving kijkt om uit te pluizen waarom ons ongebreidelde geloof in de Europese Gedachte de voorbije jaren een knauw heeft gekregen.

De Europese droom verdampt

De Europese Unie is een project dat in België traditioneel op veel bijval kon rekenen. Daar heeft ons land ook alle reden toe: zowel politiek als economisch zijn we te klein om tegen onze buurlanden op te boksen, maar in het samenwerkingsverband met de Europese grootmachten hebben we wel iets in de pap te brokken. Dat de EU een belangrijke motor van de Brusselse economie is, helpt wellicht ook een handje.

na de kater hoe we ons geloof in de EU verliezen Bart Haeck.png

Bart Haeck stelt echter vast dat er twijfel in ons Europese toekomstbeeld is geslopen: het onvoorwaardelijke geloof in Europa als een project waar we met z’n allen beter van worden, vertoont barsten. Met zijn boek Na de kater: hoe we ons geloof in de Europese Unie verliezen, gaat hij op zoek naar de oorzaken van deze nieuwe terughoudendheid. En vraagt hij zich af hoe het verder moet.

Zeven barsten in het vertrouwen

De huidige onzekerheid over Europa is het resultaat van verschillende kleine beslissingen en grote besluiten, stelt Haeck. Hij wijdt zeven hoofdstukken aan evenveel breuklijnen: de Griekse crisis, de Brexit, het aanslepende probleem van sociale dumping, de vluchtelingencrisis, de voelbare gebreken van de euro, de verdeeldheid over internationale handelsverdragen en de radeloosheid bij Europese landbouwers.

Elk van deze problemen knaagt aan belangrijke poten van het Europese project: de solidariteitsgedachte van Robert Schuman, het streven naar politieke eenmaking, de supranationale samenwerking, het ideaal van de interne markt en de meerwaarde van een gemeenschappelijke munt. Haeck kijkt voorbij de waan van de dag en reconstrueert zorgvuldig het ontstaan en verloop van deze zeven pijnpunten.

Hij illustreert ook hoe Europa in de voorbije jaren te kampen kreeg met een ongelukkige samenloop van omstandigheden: toen David Cameron in de zomer van 2015 bijvoorbeeld met zijn ellendige referendum op de proppen kwam, sleepten de Europese leiders zich net van de ene crisisvergadering naar de andere om Alexis Tsipras en Yanis Varoufakis in het gareel te krijgen.

Grensoverschrijdende antwoorden

In tegenstelling tot James Kirchick heeft Bart Haeck het niet over het einde van Europa. Hij vraagt zich wel af hoe het nu verder moet. Volgens hem moeten we in eerste plaats de Europese politiek beter leren begrijpen:

Om de zoektocht naar een nieuwe start te beginnen, is het nodig om goed de groeiende ontgoocheling en de twijfel over de Europese droom in Vlaanderen te begrijpen. Soms is de onvrede terecht, soms helemaal niet. (p. 235)

Daarnaast mogen we het grote plaatje niet uit het oog verliezen: toen het Nobelprijscomité in 2012 de Nobelprijs voor de vrede aan de Europese Unie toekende, huldigde het precies dat: de vrede, democratie en welvaart die Europa hebben gekenmerkt in de voorbije 50 jaar.

Internationale samenwerking zal nooit evident zijn en deelstaten zullen zich moeten leren neerleggen bij democratische beslissingen op Europees niveau, ook als dat niet helemaal hun zin is. Volgens Haeck ontbreekt het nationale politici echter nog te vaak aan consequentie, waarbij ze in hun eigen hoofdsteden niet durven te verdedigen wat ze in Brussel hebben afgesproken.

De belangrijkste conclusie is wellicht dat we moeten beseffen dat Europa meer dan ooit nodig is. Zoals Open VLD-fractieleider Patrick Dewael het verwoordde: “Veel uitdagingen zijn grensoverschrijdend. De antwoorden moeten dat ook zijn.” In tijden van digitalisering, fiscaal shoppende multinationals, klimaatverandering en geopolitieke spanningen moet Europa met gezamenlijke antwoorden komen om de nodige slagkracht te behouden.

Zoals het gaat met katers. Je zweet ze uit. Je staat weer op. En je gaat verder. En probeert het beter te doen. (p. 235)

Heldere gids in het Europese kluwen

Bart Haeck loopt sinds 2003 in de Wetstraat rond voor De Tijd. Hij maakte verschillende eurogroepen en Europese toppen mee en beleefde de aaneenrijging van Europese crisismomenten vaak vanop de eerste rij, in de perszalen van het Berlaymont- of Justus Lipsiusgebouw. Hij sprak in de loop der jaren met verschillende Belgische politici en put uit zijn eigen archief om sleutelmomenten te reconstrueren.

Het is echter vooral zijn helderheid die Haeck tot een uitstekende gids in het Europese kluwen maakt. Complexe thema’s zoals de detacheringsrichtlijn of de werking van begrotingscontroles maakt hij inzichtelijk zonder saai of technisch te worden.

De auteur is zelf van mening dat we de Europese politiek – en de impact daarvan op Vlaanderen – beter moeten begrijpen. Met zijn boek levert hij daartoe zelf het perfecte hulpmiddel af: Na de kater presenteert op een duidelijke en verhelderende manier het speelveld voor de grote politieke zoektocht die ons te wachten staat. Politicoloog Carl Devos noemt het terecht verplicht leesvoer voor iedereen die de Europese én Vlaamse politiek in de komende jaren en decennia beter wil begrijpen.

Blijf op de hoogte via Facebook en Twitter of abonneer je op de VDF-nieuwsbrief

Gerelateerde boeken: